Zuid Afrika deel VI

15 januari 2015 - Sutherland, Zuid-Afrika

26 oktober 2014 t/m 16 januari 2015

Zuid Afrika deel VI

Ongerust staan we te wachten bij de bagageband op het vliegveld van Johannesburg. Na weer een maand (27 oktober t/m 24 november 2014) in Nederland te zijn geweest, zijn we onderweg naar Waggel. Eén van onze tassen is in Parijs achtergebleven en dit wordt ons in Johannesburg gemeld tijdens onze tweede overstap onderweg naar Kaapstad. Gelukkig is hij (nog) niet kwijt. De luchtvaartmaatschappij beloofd onze tas bij African Overlanders in Kraaifontein (waar ook Waggel gestald staat) af te leveren. We kunnen er alleen maar op hopen dat het goed komt. In deze tas zitten onder andere reserveonderdelen voor de compressor van de DAF. Deze onderdelen beginnen langzamerhand zeldzaam te worden. Twee dagen en diverse telefoontje later, wordt de tas netjes in folie verpakt, door een koeriersdienst afgeleverd. Alles is onbeschadigd aangekomen en de tas is niet open geweest. Een hele opluchting! Ondertussen zijn wij druk met het regelen van nieuwe accu’s. Dit is nog niet zo eenvoudig. De grote 12V accu’s zijn in Zuid Afrika slecht verkrijgbaar. Doordat hier regelmatig de stroom uitvalt worden deze accu’s massaal gekocht als back-up systeem. Meerdere bedrijven die we bellen lijken alleen geïnteresseerd in het leveren van grote aantallen. Uiteindelijk worden de accu’s in Nederland besteld door Bruce Robinson van Power Sol. Tijdens ons verblijf in Nederland zijn we met de Stroomwinkel een coulance-regeling overeengekomen. Dit houdt in dat zij de accu’s deels voor hun rekening nemen. De accu’s zullen op zijn vroegst eind januari pas arriveren. Nog even geduld dus!

Bij een autobeletteringsbedrijf hebben we geïnformeerd naar de kosten van het vervangen van onze beschadigde wereldkaart sticker aan de rechterkant van Waggel. Na wat ideeën te hebben uitgewisseld en de prijs wat omlaag gepraat te hebben, zijn we tot een opdracht gekomen. Ze gaan voor ons twee nieuwe wereldkaarten maken. Ook hier zullen we op moeten wachten. Tot de Kerstvakantie zitten ze vol en daarna is het vakantie tot half januari. Voorlopig zullen we ook hiervoor geduld op moeten brengen.

Tijd genoeg dus om een rondje door de binnenlanden van westelijk Zuid Afrika te maken. Voor de vakantiedrukte uit willen we langs de kust een stuk naar het noorden rijden en dan landinwaarts richting de Cederbergen gaan. De prijzen van de campings stijgen explosief tijdens de warme Kerstvakantie weken. De campings zijn dan overvol en alleen dit is al een goede reden daar weg te blijven. In de dagen die volgen rijden we via IJzerfontein, het West Coast Nationaal Park, Langebaan en St. Helena Bay naar Citrusdal. Het plaatsje Citrusdal is lang niet zo aantrekkelijk als de naam doet vermoeden. Van hieruit rijden we over gravelwegen naar het noorden langs de Olifantsrivier. Het is lekker zonnig weer en daar zijn we blij mee. Doordat onze accu’s nog maar beperkt stroom leveren moeten ze zonnepanelen flink hun best doen. We hebben een ander soort solarregelaar vanuit Nederland meegebracht en deze blijkt een heel stuk efficiënter te zijn. ’s Ochtends vroeg leveren de panelen al stroom en zo lang de zon er is, wordt er geladen. Zo kunnen we precies de nachten doorkomen zonder dat de koelkast uitschakelt wordt of dat we verplicht zijn om op een camping te staan. Langs de Olifantsrivier vinden we een heerlijk plekje. Een soort grasplateau in de bocht van de rivier tussen de heuvels. Af en toe krijgen we bezoek van een paar loslopende koeien. In de rivier zien we Egyptische ganzen, lepelaars en andere watervogels. Ook een groep bavianen kwam polshoogte nemen, maar ze bleven op gepaste afstand.

Na drie rustige dagen vertrekken we om door de Cederbergen via Algeria naar Sanddrif te gaan. Een paar kilometer voorbij de camping loopt een pad richting de “Wolfsberg Arch”.  We laten Waggel hier achter en beginnen aan de wandeling. We vertrekken erg vroeg omdat het net als afgelopen dagen, beloofd weer erg warm te gaan worden. De wandeling was maar erg kort. Slechts een paar honderd meter wandelen en daarna wordt het klimmen. In 4 kilometer stijgen we meer dan 500 meter. Het pad is onregelmatig vol losliggende stenen en rotsblokken. Het was al een hele opgave om tot de “Wolfsberg Cracks”  te komen. Onze conditie is duidelijk niet meer wat deze ooit was en na 3 uur klimmen en klauteren, besluiten we dan ook om terug te gaan. Halverwege de terugweg verdraaid Monique haar linkerknie en was het strompelen tot aan Waggel. Een pijnlijke bezigheid.

Wolfsberg%20cracks.JPGWolfsberg.JPG

Die middag nog verlaten we Sanddrif en vinden een mooie bushcamp plek. De volgende dag rijden we via Matjiesrivier richting het plaatsje Wupperthal. Over deze route hebben we meerdere keren en bij diverse mensen inlichtingen ingewonnen, maar niet één keer een zelfde antwoord gekregen. We gaan het dus zelf ondervinden. Het is een niet al te beste gravelweg die steeds smaller lijkt te worden. Bij een doorwading van een rivier past het allemaal maar net. Bij Eselsbank heeft een rivier gaten in de rotsen uitgesleten en zo is er een mooie “rotspoel” ontstaan. Iets voorbij Eselsbank houden we het voor gezien. Het was alweer genoeg voor vandaag. De volgende morgen vervolgen we de route.  Het pad is net breed genoeg voor ons en op sommige plekken wat zanderig. Een paar keer gaan we de berm in om mountainbikers ruimte te gunnen. Het laatste stuk is een smalle, zeer steile afdaling. Het betonnen wegdek loopt via de rotswand tot de afgrond en is duidelijk niet voor het formaat van Waggel verzonnen. In de lage groep en de eerste versnelling komen we beheerst beneden. Goed dat er geen tegenliggers waren! Het plaatsje Wupperthal heeft niet echt een Duitse uitstraling en we hebben ook niet echt de behoefte dit plaatsje te bewonderen. Iets voorbij het hoogste punt van de Kouberg Pass parkeren we voor de nacht. De volgende morgen, weer onderweg naar het noorden, zien we in de velden best nog veel wild lopen o.a. gemsbokken, zebra’s, springbokjes en struisvogels. Een fijn begin van de dag en de afsluiting van de route door de Cederbergen.

We houden Calvinia aan om hier eventueel langs een dokter te kunnen gaan. Iedere dag gaat het wat beter met Monique d’r knie dus we laten het maar even zo. Vanuit Calvinia gaan we verder naar het noorden. De dagen die volgen maken we een ronde door het verlaten gebied ten noorden van de Karoo. Het is een vlak en nogal desolaat gebied. Vrijwel alle boerderijen lijken verlaten in deze vakantieperiode wat het nog wat stiller maakt. We nemen een kijkje op de Verneukpan. Sorry voor de naam maar het heet nou eenmaal zo. In het verleden werden reizigers hier “verneukt”  door de schitteringen op de zoutpan en het gebrek aan referentiepunten. Het is daardoor lastig afstand en richting in te schatten. Op deze zoutpan worden af en toe snelheidspogingen gedaan worden. Bij een boerderij aan deze zoutvlakte liggen nog de restanten van een fatale recordpoging met een auto met straalmotor. Als we via Brandvlei naar Loeriesfontein rijden begint het weer wat aantrekkelijker te worden. Er zijn weer wat heuvels en het wordt afwisselender. Er groeit nog altijd niet veel. Veel meer dan kleine dorre struikjes zien we niet.  De route noordelijk van Calvinia was niet echt aantrekkelijk. Het was er dor, vlak en verlaten. Toch staan er overal hekken. Talloze keren langs deze route moesten we uit de auto om ze te openen en achter ons te sluiten. Naarmate we dichter bij de Karoo komen wordt de omgeving mooier.  Nog altijd erg droog maar het landschap met zijn bergen is fraai. Zo af en toe loopt er een groene streep door het landschap. In de nu droge riviertjes zit blijkbaar voldoende vocht in de grond om de boompjes fris groen te laten zijn. Na een slecht onderhouden gravelweg uitgehobbelt te zijn komen we aan in het Tankwa Karoo NP. Ons idee is om hier een aantal nachten te blijven. De komende dagen is het Kerst en het leek ons een leuk plan. Als we bij de receptie vragen of er nog plaats is op één van de campings krijgen we te horen dat alles vol zit. En dat terwijl we op internet nog vrije plekken genoeg gezien hadden in hun boekingssysteem. De jongen bij de receptie ziet blijkbaar de bushcampsites niet als campings. Juist daar hadden wij nu net interesse in. Bushcampsites zijn privé campsites zonder stroom, water of sanitair. Goed genoeg voor ons dus. Als we hierom vragen is er dus ineens wel ruimte. De kerstdagen verblijven we op de Pyper Se Boom bushcamp. Een plek tussen de bergen met wat groen en een paar in elkaar gezakte lemen huisjes. Heerlijk rustig en de omgeving is schitterend. Er staan vier hoge bomen die totaal niet in deze omgeving horen. Blijkbaar door de voormalige bewoners van de huisjes geplant voor de schaduw. ’s Middags zien we langs de bergwand een gemsbok en een stuk of vijf hartebeesten lopen. Ze zijn ver weg maar leuk is het wel. De dagen na de kerst kamperen we nog op de bushcamps Skaapwagterspos en Volmoersfontein. Ook mooie plekken zonder faciliteiten. De dagen in het park waren warm, soms winderig en verlaten. In de vijf dagen die we in het park hebben doorgebracht zagen we slechts 4 auto’s! Toegegeven de wegen in het park en er naartoe waren slecht onderhouden en dus ook zeer oncomfortabel. We hebben niet veel wild gezien, maar het park is zeker een bezoek waard.

Tankwa%20Karoo.JPG

De plaats Sutherland ligt tussen Tankwa Karoo NP en Karoo NP in en heeft de grootste telescoop in Zuidelijk Afrika. Doordat de plaats boven de 1.600 meter ligt in een erg droog en dunbevolkt gebied, kan er 80% van de nachten naar de sterren gekeken worden. Het observatorium ligt 18 km buiten deze plaats op een heuvel. De hoogte, de afwezigheid van steden in de omgeving en de vrijwel altijd wolkeloze hemel maken deze plek ideaal. Monique wilde al sinds onze reis door Zuid Amerika met een telescoop de sterren bewonderen. Een kans dus om dit waar te maken. Omdat het niet mogelijk is om door de echt grote telescopen te kijken doen we dit op camping Sterland. Hier hebben ze 4 11”-telescopen staan. Met een avondvullend programma worden de sterrenbeelden uitgelegd, wordt er een poging gedaan de afstanden tussen de hemellichamen en sterren begrijpelijk te maken en worden door de telescopen ingezoomd op diverse sterren en de maan. Een bijzonder leuke ervaring! De volgende dag bezoeken we de grote telescopen. Op de top van een heuvel staan een stuk of 20 telescopen. Diverse landen en universiteiten hebben hun eigen telescoop op deze plek staan. Bij twee kunnen we een kijkje nemen. De grootste met de naam SALT (Southern Africa Large Telescope) is enorm. Hij heeft een spiegel van 11 meter doorsnee en versterkt het licht een miljard keer. Zijn voorganger is heel wat bescheidener met een spiegel van 1,8 meter doorsnee. De SALT kan een kaarsje op de maan zien branden, zo werd ons verteld.

SALT.JPGSALT%20I.JPG

Het Karoo NP is voor dit rondje het meest oostelijke punt. We blijven er twee dagen en maken een paar rondes door het park. Het wemelt er van de dieren  en we zien weer van alles.  Ook lopen we de korte, best interessante, fossil-trail.  Op de camping lopen gigantische schildpadden de z.g.. leopard tortoise. De Karoo-streek is erg fraai, dun bevolkt en bergachtig. Onterecht wordt deze streek door weinig reizigers bezocht.  In een paar dagen zijn we weer terug gereden richting Kraaifontein. Hiervandaan zullen we nog naar het strand rijden om daar te wachten op onze accu’s.

Foto’s

Jouw reactie